Jan van Wensveen haalt herinneringen op over de wijkraad Leidsebuurt.
Jan van Wensveen haalt herinneringen op over de wijkraad Leidsebuurt. Eigen Foto

Wijkraden in de jaren zeventig (1): “We vroegen niets, nee, we eisten!”

Mensen

HAARLEM Ruim vijftig jaar nu bestaan er in Haarlem wijkraden. Ze ontstonden toen de gemeente grote plannen had met wijken met slechte woningen: sanering! Verontruste bewoners eisten inspraak, en kregen die. Anno 2021 zijn de wijkraden er nog steeds, maar ze hebben gezelschap gekregen van de Nieuwe Democratie, en zijn lang niet meer zo autonoom als in het begin. Hoe staat het met de zeggenschap en invloed van de Haarlemmer?

Een serie van zes artikelen, door Marilou den Outer.

Haarlem was er vroeg bij. Al in 1950 waren er de eerste wijkcomités. Doel was om ‘de afstand tussen burger en bestuur te verkleinen’. Het eerste comité kwam in het gebied ten noorden van de Jan Gijzenvaart waar zo’n 20.000 mensen woonden, zonder een vertegenwoordiger in de gemeenteraad. Ook Spaarndam, nog verder weg van het centrale bestuur, kreeg er een. De wijkcomités konden die naoorlogse wederopbouwperiode veel nuttig werk verrichten: meer brievenbussen op straat, een postagentschap in de wijk, een goede busverbinding, speelweiden voor opgeschoten jongens. Hoe de comités werden gekozen en welke bevoegdheid ze hadden bleef in het midden. In de praktijk werden ze samengesteld en waren ze bovenal klachtenbureaus voor de wijkbewoners. 

Hoe anders werd dat rond 1970. De gemeente had grootse plannen voor wijken met woningen die in zeer slechte staat verkeerden. Harmenjanswijk, Rozenprieel en Leidsebuurt bijvoorbeeld. Dat moesten moderne wijken worden á la Schalkwijk. De bewoners wisten niet wat hen boven het hoofd hing. “De gemeente benoemde het niet zo, maar het ging natuurlijk om sanering. Alle woningen moesten tegen de vlakte”, zegt Jan van Wensveen. Hij was destijds aanjager van de acties tegen de gemeentelijke plannen in de Leidsebuurt waar hij vlakbij woonde/woont. Als activistisch, ‘ludiek, vrij kunstenaar’ deed hij  volop mee aan acties tegen de gemeente. “We vroegen niks, nee, we eisten!”

OVERROMPELD Het trok aandacht. Jan werd gevraagd om in een adviesgroepje voor het college, ‘strikt in het geheim’, mee te denken over de aanpak in wijken met achterstandswoningen. Jan: “ik ging akkoord, maar met als voorwaarde dat het niet via een wijkcomité zou gebeuren, maar dat er een gekozen wijkraad kwam. Ik vond dat we de macht moesten leggen waar die hoorde. Maar hoe dat moest, met een wijkraad? Ik had geen idee. Gelukkig was er een leuke jonge juridisch ambtenaar op het gemeentehuis, Bert Brulleman, die volop meedacht. Zo hebben we bijvoorbeeld volop meegeschreven aan de allereerste wijkraadverordening. Maar over het algemeen waren wethouders in die tijd keurige brave mensen. Als wij dan met een afvaardiging op het stadhuis kwamen waren ze vaak overrompeld en hadden niet meteen antwoorden. Maar de mensen in de wijken hadden hun antwoorden dus wél klaar.”

We wilden informatie, we wilden weten wat nu eigenlijk de bedoeling was van de gemeente met de wijk

“Op de eerste verkiezingsuitslag-avond in februari 1970 waren veel belangstellenden, ook mensen uit andere wijken die nieuwsgierig waren. Een agenda was er niet echt, maar de emoties liepen hoog op. We waren ongerust, we wilden informatie, we wilden weten wat nu eigenlijk de bedoeling was van de gemeente met de wijk. We waren verontrust over wat er in het Rozenprieel dreigde te gebeuren: daar was de gemeente op de ouderwetse manier bezig plannen door te drukken. Toen we kort daarop wijkraadsverkiezingen hielden, deed 35 procent van de bewoners mee. Dat is toch niet mis“.

De wijkraad wilde aan de bewoners, die woonden in slechte en vooral kleine huizen, laten zien dat ze wel degelijk een kans hadden in de wijk te kunnen blijven wonen. Ze pleitte voor toestemming om op- en aan te mogen bouwen. En kwam met het idee: als genoeg mensen in plaats van huurder eigenaar worden wordt het te duur voor de gemeente om al die bewoners uit te kopen. “Geen makkelijke opgave, want het was immers een lage inkomenswijk, maar het is gelukt,” zegt Van Wensveen.

Later wilde de gemeente het riool vervangen en straten herinrichten. “We lieten toen mensen deelnemen aan het maken van een eigen plan en leverden dat vervolgens bij de gemeente in. Nog weer later moest er een nieuw bestemmingsplan komen. De gemeente vroeg toen óns om een ontwerpbestemmingsplan te maken. Ja, ik denk dat wij als wijkraad vrij veel invloed hadden.”

“Maar het belangrijkst van alles vond ik nog dat inwoners er door alle acties achter zijn gekomen dat ze wel degelijk zelf kunnen denken, en zelf kunnen kiezen. De wijkraden gaven mensen de mogelijkheid om te participeren. Al gebruikten we die term in die tijd absoluut niet”, lacht hij. 

Na de vergaderingen gingen we het Beertje in voor een borrel en ontmoetten daar dan weer buurtbewoners.

VIJFHOEK Niet ver van de Leidsebuurt, in de Vijfhoek, ging het er ondertussen veel rustiger aan toe. Hier hing bewoners dan ook geen sanering boven het hoofd, maar speelde er een probleem dat ook in 2021 actueel blijft: teveel auto’s in de straten. Toen de pas getrouwde Dolf Vernooij daar in 1973 kwam wonen kwam het ’s ochtends wel voor dat de voordeur niet open kon omdat een geparkeerde auto die blokkeerde. Nu is het haast niet voor te stellen maar de Vijfhoek was in die tijd een doorgangsroute richting centrum. “Er hing een beetje criminele sfeer, in de kroegjes werd gespeeld om bankjes van honderd gulden,“ herinnert Vernooij zich. “Er woonden weinig particulieren in de wijk, de huizen waren slecht, wij hadden wel een toilet maar geen warm water. Tegenover ons bleek de voorzitter van de wijkraad te wonen, we raakten in gesprek over de verkeersoverlast en ik besloot mee te doen. Ik was eerst gewoon lid en later een jaar voorzitter. Het was best een goed georganiseerde wijkraad. Er zat een architect in en een medewerker van een projectbureau en ze gingen heel professioneel te werk. Ze maakten eigen maquettes van de wijk en zo konden we een eigen plan presenteren aan de gemeente. Uiteindelijk kwam er een goede strateninrichting en parkeerverordening en werd het aantal auto’s in de wijk teruggebracht van 1800 naar 600. Vanuit hun werk kenden de wijkraadsleden de gemeente goed dus de lijntjes waren kort. Wel zorgden we ervoor dat als we een brief stuurden aan B en W, we ook een afschrift van die brief legden in het postvakje van alle fracties in de gemeenteraad. We waren bang dat zo’n brief als ‘ingekomen stuk’ zou verdwijnen. De wijkraad zat in een oud winkelpandje. Na de vergaderingen gingen we het Beertje in voor een borrel en ontmoetten daar dan weer buurtbewoners. “

“Ik denk dat we wel bekend stonden als een linkse club. De voorzitter zat ook in de gemeenteraad voor de PPR, en eigenlijk zat iedereen wel in meerdere actiegroepen tegelijk. Maar tegelijkertijd waren we altijd heel goed geargumenteerd bezig en we hadden veel steun uit de wijk. De wijkraad heeft absoluut een grote invloed gehad op de leefbaarheid. In de vier jaar dat wij er woonden zijn er veel meer particulieren komen wonen, vooral doe-het-zelvers en kunstenaars, want de prijzen waren heel laag. Er kwam groen in de straten, er waren straatbarbecues. De sfeer was opeens gemoedelijk geworden.”

Er kwam groen in de straten, er waren straatbarbecues. De sfeer was opeens gemoedelijk geworden.

INSPRAAKORGAAN Dat imago van linksig en actievoerderig zijn de wijkraden anno 2021 grotendeels kwijt. Maar in die jaren zeventig is wel de basis gelegd voor meer participatie en inspraak voor Haarlemmers. Letterlijk vastgelegd ook, in een zogeheten verordening op de wijkraden. In de eerste uit 1974, waaraan Jan van Wensveen heeft meegeschreven, staat dat B en W verplicht zijn over alle belangrijke aangelegenheden (…) in een zo vroeg mogelijk stadium van de besluitvorming het advies van de wijkraad in te winnen. Helemaal volgens de overtuiging van het bestuur in die tijd dat de wijkraad in de eerste plaats een inspraakorgaan is. Daar hoort dus een stevige verplichting van de kant van het gemeentebestuur bij.

Anno 2021 is die verplichting uit de verordening (inmiddels versie nummer vier) verdwenen. Nu heet het bijvoorbeeld: wijkraden kunnen besluitvorming beïnvloeden via participatie en inspraak. Dit op basis van ervaringsdeskundigheid, en daarnaast kunnen zij ervoor kiezen, mits goed gedocumenteerd, de mening van het werkgebied te peilen en dit te communiceren met de gemeente.

Deze tekstwijziging doet vermoeden dat de rol van de wijkraad in de loop van vijftig jaar flink is veranderd. Op welke manier, en wat dat betekent voor inspraak en participatie in Haarlem komt in de volgende afleveringen uit deze serie aan bod.

Deze serie is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Stichting Haarlems Stimuleringsfonds Lokale Journalistiek (HMF).

Altijd op de hoogte zijn van het laatste nieuws in Haarlem en omstreken?
advertentie