EERSTE JAREN Jan Janszoon werd geboren in 1570, maar van zijn eerste levensjaren is weinig bekend. Wel is bekend dat hij zijn kaperscarrière begon in dienst van de Nederlandse regering en begin 1600 rondzwierf over de Noord-Atlantische Oceaan, het Kanaal en de Noordzee. Nederland was in die tijd verwikkeld in een langdurige oorlog met Spanje nadat hij een kaperbrief had bemachtigd van prins Maurits, ging Janszoon jacht maken op Spaanse schepen. Op zijn eerste reis als schipper op een Hollands kapersschip leed hij schipbreuk op de rotsen van het eiland Lanzarote. Hij werd gered door Ivan de Veenboer die hem als stuurman bij zich hield. Op 11 mei 1619 werd er voor het eerst verslag gedaan van een actie van Jan Janszoon; als stuurman op een brik van De Veenboer veroverde hij het schip van Jacob van Engelsen van Aquersloot. De lading tarwe bracht bij verkoop een goede prijs op. 

Veertien jaar lang maakte Janszoon jacht op Spaanse schepen, maar één ding was hem een doorn in het oog: de Staten-Generaal eisten een groot deel van de buit op, en de inkomsten droogden helemaal op toen de Republiek in 1609 een wapen-stilstand sloot met Spanje. Een tijdlang verdiende Janszoon zijn brood als eerlijke kapitein, maar in 1618 nam hij een drastisch besluit. Hij zei zijn gezin vaarwel en zette koers naar de wateren rond het eiland Lanzarote, waar het zwart zag van de piraten.

MOSLIMVROUW Hoewel beide kapers uit Nederland afkomstig waren, opereerden ze namelijk vooral vanuit Marokko en Algiers. De Veenboer had zich bekeerd tot de Islam en noemde zich sindsdien Soliman Raïs. Na de dood van De Veenboer in 1620 nam Janszoon diens zaken in Algiers over, en ook hij bekeerde zich tot de islam en ging de naam Moerad Raïs voeren. Hoewel hij in de Nederlandse Republiek al een gezin had, trouwde hij een moslimvrouw, de Moorse Margarita uit de stad Cartagena, met wie hij vier kinderen kreeg. 

In 1623 vertrok Janszoon naar Salé, de enige piratenstaat ter wereld, en daar maakte de Haarlemmer al snel carrière. Al snel had hij zeventien kapersschepen onder zijn bevel. Officieel viel hij onder het bevel van de sultan, maar over het algemeen trok Raïs zijn eigen plan en ging hij bij veroveringen zijn eigen gang. In 1623 keerde hij ook even terug naar de Nederlandse Republiek om in het Zeeuwse Veere om zijn schepen te laten repareren. Zijn Nederlandse vrouw Soutgen en hun drie kinderen probeerden hem over te halen om te blijven, maar de kaper gaf te kennen dat hij weer terug naar Marokko ging. 

SLAVEN Moerad Raïs blijkt een begaafd piraat, die niet schroomt om Europeanen te ontvoeren en ze voor enorme bedragen te verkopen op Afrikaanse slavenmarkten. Van een strooptocht op 19 juni 1631 is een verslag bewaard gebleven. Na een tocht van 2000 kilometer laat het kapersschip van Moerad met 280 piraten aan boord het anker zakken bij het dorp Baltimore aan de winderige Ierse zuidkust. Moerad heeft weinig zin in een gevecht en gaat eerst op verkenning uit. Nadat hij gemerkt heeft dat hij weinig gevaar te duchten heeft, gaan er tweehonderd piraten van boord om met kleine bootjes aan land te komen. Niet veel later barst de hel los. De piraten, Berbers, Turken en Europeanen gewapend met kromzwaarden en musketten, vallen de vissershutjes binnen en slepen de bewoners van het dorpje hardhandig de straat op. De huizen van het dorp worden in brand gestoken en 22 mannen, 33 vrouwen en 54 kinderen worden naar het kapersschip meegenomen. De gevangen werden in het laadruim ondergebracht en voor de Engelse vloot de gevangenen kon redden, werd koers naar het zuiden gezet. Enkele weken later werden de Ieren verkocht op een Afrikaanse slavenmarkt. Hen wachtte een leven in onder andere de tabaksteelt of prostitutie. 

ISLAM Hoewel zijn daden het niet doen voorkomen, nam Moerad de Islam uiterst serieus. Als hij christenen gevangen nam om als slaven te verkopen, praatte hij uren op hen in om hen voor de islam te winnen en probeerde hij hen over te halen zich bij hem aan te sluiten. Toen er een andere Haarlemmer naar Algiers kwam, pochte Moerad dat er goud geld te verdienen was als moslim-piraat. Omdat de Nederlandse gast zich niet licht liet overtuigen, nam Moerad hem mee naar zijn slaapkamer, waar hij hem zijn afgesneden voorhuid toonde, die hij boven zijn bed had gehangen. Moerad liet zijn stadsgenoot weten dat hij om moslim te worden, alleen maar 'dat kleine dingetje' hoefde af te snijden. Dit zag zijn Haarlemse bezoeker echter niet zo zitten, hij keerde liever terug naar de Nederlanden.

IJSLAND De langste reis, naar IJsland, ondernam Moerad in 1627 met vier schepen – vermoedelijk na een tip van een Deense slaaf. Vanaf half juni schuimden de ‘Turken’, zoals de kapers van Moerad genoemd werden, de zuid- en oostkust van IJsland af. Maar in de weinige kleine dorpen, zoals Grindavik, was niet veel te halen en veel bewoners konden ontsnappen naar de bergen in het binnenland. Vluchten was niet mogelijk voor de enkele honderden hulpeloze bewoners van de Westmann-eilanden toen op 17 juli bij Heimaey, het grootste en enige bewoonde eiland van de archipel, de piratenschepen aanmeerden. De zeerovers dreven de van schrik verlamde eilanders samen in de opslagplaats van een Deense koopman. Ze selecteerden de jongsten en sterksten, 242 in getal, als geschikte koopwaar voor de Algierse slavenmarkt. De rest kwam om toen de loods, net als de plaatselijke kerk, in brand werd gestoken. De overlevenden schreven ontroerende brieven over hun ellende, in de hoop dat ze vrijgekocht zouden worden. Dat kon echter enige tijd in beslag nemen omdat de IJslanders – destijds misschien 60.000 in getal, en voortdurend geteisterd door aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en harde winters – zo arm waren als kerkratten. Het duurde zodoende negen jaar voordat de gevangenen konden worden vrijgekocht. Slechts dertien van hen, onder wie een vrouw genaamd Gurdridur Simonardottir, keerden werkelijk terug naar IJsland.

Hoe het Jan Janszoon verder is vergaan is niet bekend, behalve dat hij ‘tragisch’ aan zijn eind zou zijn gekomen. Maar dat was in die dagen eerder regel dan uitzondering. Zijn sterfdatum is in ieder geval na 1641, hetgeen betekent dat hij in ieder geval de respectabele leeftijd van 71 jaar heeft bereikt.