De stoeptegel van EJ ligt bij de Amsterdamse Poort waar hij, toen hij op straat leefde, menig nacht ‘onderdak’ vond. Opgeven staat niet in het woordenboek van de oud-beroepsmilitair, die zijn bizarre levensverhaal doorspekt met uitdrukkingen als ‘vette vinger’ en ‘koekoek’.