VERONTREINIGDE GROND Het woningbouwproject Spaarnebuiten werd gerealiseerd op een voormalig industrie terrein. In totaal zouden er ruim driehonderd woningen worden gebouwd. Probleem was, dat de grond sterk verontreinigd was en de kosten voor sanering erg hoog zouden worden. Toen na jaren een projectontwikkelaar een bouwplan voorstelde, kwamen er vooral uit Spaarndam-West veel bezwaren. Deze bezwaren waren vooral tegen de extra verkeersstromen die zouden ontstaan, terwijl de infrastructuur met name in het oude deel van Spaarndam niet kon worden aangepast.

Na jaren procederen kon rond 2011 begonnen worden met de bouw van de eerste woningen. Een deel van de verontreinigde grond werd aan de zuidkant van het terrein gebruikt voor de inrichting van een landschapsheuvel met uitzicht over de Mooie Nel. De laatste fase van het project is de bouw van acht waterwoningen op vrije kavels tussen deze heuvel en de molen De Slokop.

VERGUNNING Voorzitter van de Dorpsraad Jacques Hendriks over het bezwaarschrift: “In de uitspraak van de Raad van State van 15 april 2020, is alleen het punt van de Rijksbufferzone als probleempunt aangemerkt. De zone is de grens tussen het groen en het wonen/werken. De plaats waar de waterwoningen gepland zijn, viel in deze zone. In 2011 heeft de Provincie Noord-Holland vergunning gegeven om hier desondanks te mogen bouwen. Deze vergunning verliep na twee jaar en er is geen verlenging aangevraagd. Dat is precies waar de Raad van State een probleem mee had en niet met de verkeersproblematiek. De gemeente kreeg de mogelijkheid om binnen 26 weken de vergunning alsnog te regelen.”

De Dorpsraad heeft zich na deze uitspraak beraden over haar positie. Hendriks: “De gemeente heeft vanaf het begin van de bouw gesteld, dat de infrastructuur pas na afloop van de bouw zou worden aangepakt. Het gaat om het verbeteren van de ontsluiting van Spaarnebuiten via de Lageweg/Lagedijk en de Spaarndammerdijk. Ook de ontsluiting voor voetgangers en fietsers zou dan worden gerealiseerd. Als wij ons bezwaar zouden aanhouden, betekent dit minimaal een vertraging van het einde van de bouw van 26 weken. Dit kan mogelijk nog langer worden bij bijvoorbeeld bezwaren tegen de vergunning bij de Provincie. Als je dan kijkt naar de kans dat de bouw van deze waterwoningen uiteindelijk niet door zal gaan, is deze klein. Daarom hebben wij er unaniem voor gekozen om op 30 juni het bezwaar in te trekken. Verdere vertraging van de aanpak van de infrastructuur wordt hiermee voorkomen. Dat is voor ons juist een hoge prioriteit in verband met de veiligheid.”

Henk van Ommeren