Oud-wethouder Jan van Eeden is een van de opstellers van de zienswijze.
Oud-wethouder Jan van Eeden is een van de opstellers van de zienswijze. Willem Brand

'Geen kijk op toekomst wijkraden'

Wijkraden sturen zienswijze in

HAARLEM Naar aanleiding van het ontwerp ‘wijkraadsverordening’ dat momenteel ter inzage ligt, heeft een groep van vijftien (oud-) bestuurders uit wijkraden en de gemeenteraad een zienswijze aan de gemeente Haarlem gestuurd. De ondertekenaars vinden dat het na 50 jaar ervaring met wijkraden tijd is om eens onafhankelijk onderzoek te doen naar hoe wijkraden functioneren en hoe het gemeentebestuur met ze omgaat.

Het college van burgemeester en wethouders heeft 28 oktober de ontwerp wijkraadsverordening vrijgegeven voor inspraak. Alle Haarlemse wijkraden krijgen subsidie om de belangen te behartigen van de bewoners en ondernemers in de wijk. Tot nu toe werd de jaarlijkse subsidie verdeeld over alle wijken, ook de wijken zonder wijkraad. In de nieuwe verordening wordt het geld verdeeld over de bestaande wijkraden. Als een nieuwe wijkraad wordt opgericht wordt die in het nieuwe jaar meegenomen in de subsidieverdeling.

De vijftien ondertekenaars van de zienswijze laten weten dat ze begrijpen dat het college aanleiding ziet om de vigerende verordening te updaten. Woordvoerder en oud-wethouder Jan van Eeden: “Enerzijds is het gemeentelijk budget voor de wijkraden ingekrompen en het is logisch dat dat budget wordt verdeeld onder de wijken die een functionerende wijkraad hebben. Anderzijds bleek in een wijk (de Slachthuisbuurt) dat niet duidelijk genoeg was geregeld wanneer een groep bewoners erkend kan worden als wijkraad”. De ondertekenaars van de zienswijze laten daarom weten dat ze de wijzigingsvoorstellen van de gemeente zeker nuttig vinden, maar ze zouden ook graag zien dat de gemeente Haarlem aangeeft welke rol zij in de toekomst ziet voor de wijkraden als instrument van bewonersparticipatie en onder welke voorwaarden. Van Eeden: “De verordening zoals die nu wordt voogesteld, is inhoudelijk leeg. Het is tijd voor modernisering van dit participatie-instrument”.

Wijkraden in Haarlem bestaan inmiddels 50 jaar. Ze zijn voortgekomen uit initiatieven van bewoners in het Rozenprieel, de Leidsebuurt en de Amsterdamse buurt. Een van de mede-ondertekenaars van de zienswijze, Jan van Wensveen, was in de Leidsebuurt zelfs de initiator van de eerste gekozen wijkraad in Nederland. Die beweging heeft geleid tot een stelsel van meer dan veertig wijkraden die door de gemeente decennia lang zijn gewaardeerd als oren en ogen van de wijk die de gemeente kunnen helpen bij haar beleid rond de buurten en wijken. De ondertekenaars vinden dat de gemeente na die 50 jaar verplicht is om te verduidelijken wat zij verwacht van wijkraden.

Veel wijkraden ondervinden de laatste jaren moeilijkheden om nieuwe leden te werven. De vergadercultuur is veranderd; jonge mensen participeren anders. Uit Omnibus-enquêtes blijkt verder dat er een forse kloof is tussen gemeentebestuur en bestuurden, op grond waarvan de Haarlemse raad tot het programma ‘Nieuwe Democratie' besloot. Die kloof blijkt ook uit een aantal knelpunten die in de zienswijze benoemd worden. Zo hebben veel wijkraden het idee dat hun ideeën door ambtenaren of bestuurders soms genegeerd worden omdat een wijkraad niet als representatief wordt gezien. Verder komt informatie over gemeentelijke voornemens niet altijd op tijd, soms zelfs helemaal niet, wat het werk van wijkraden bemoeilijkt. En de wijkraden vinden dat het onduidelijk is welke rechten een wijkraad heeft om bij een advies of voorstel betrokken te worden door de politieke en bestuurlijke organen.

Volgens Van Eeden gaan er gelukkig ook veel zaken goed, maar het verwachtingsmanagement behoeft volgens hem zeker verbetering. "Alleen experimenteren met nieuwe democratie is onvoldoende. Dat zorgt zelfs voor onduidelijkheid waar het gaat om de relatie tussen oude en nieuwe vormen van participatie. Onderhoud je oude schoenen voordat je nieuwe aanschaft! Wij zouden het van wijs beleid vinden getuigen wanneer de gemeente zou besluiten tot het instellen van een degelijk onafhankelijk onderzoek naar het functioneren van wijkraden en naar de wijze waarop de gemeente, zowel ambtelijk als bestuurlijk, daar gebruik van maakt. Bespreking van resultaten van zo'n onderzoek in een brede conferentie kan vervolgens aanbevelingen opleveren waarmee we de toekomst in kunnen. Doel moet uiteindelijk zijn dat de verordening op de wijkraden wordt voorzien van eisen en voorwaarden die het functioneren van wijkraden voor zowel gemeente als de raden zelf bevredigender en effectiever maakt”.